FORMULE 1-verslaggever Daan de Geus houdt speciaal voor deze website een dagboek bij, waarin hij verhaalt over roddels, trends en het laatste nieuws. Vandaag over hoe het nog helemaal niet makkelijk is iets naar iemand te vernoemen.

De Grand Prix-week in Brazilië begint en eindigt voor alle internationale media op dezelfde weg van en naar het vliegveld: de Ayrton Senna ‘snelweg’. Ik schrijf bewust ‘snelweg’, want het begrip ‘snel’ is enigszins rekbaar gezien de verkeersdrukte in São Paulo.

De 070 ‘Rodovia Ayrton Senna da Silva’ zoals deze voluit heet, is volgens Formule 1-huisfotograaf Peter van Egmond voor Braziliaanse begrippen een goed stuk asfalt (hetgeen ik na daarna flink wat kilometers door de stad te hebben gereden inmiddels kan bevestigen) en er groeit wat aardig groen langs, maar de mix van vervallen kleine industrie en enorme, uniforme flatgebouwen geven het toch wat treurigs. Ze hadden wel een mooier stuk weg naar de beste man kunnen vernoemen, lijkt me. Middenin de stad ligt daarentegen het Praça Ayrton Senna do Brasil, wat dan wel weer een van de mooiste parken van São Paulo schijnt te zijn.

Iets naar iemand vernoemen is overigens helemaal zo makkelijk nog niet. Zo aten Peter en ik eerder in de week in een ‘Duits’ restaurant: Braugarten. Nu gaat de link tussen Duitsland en Brazilië echt wel verder terug dan alleen maar vlak na de Tweede Wereldoorlog zoals vanwege de Boys from Brazil vaak wordt gedacht, maar een echt goede afspiegeling van de Duitse keuken was Braugarten nou ook weer niet. Ondanks dat behalve de ‘Beckenbauer’ (twee Frankfurter-hot dogs) ook de ‘Schumacher’ op het menu stond. Wie echter denkt dat een vegeratische sandwich met sla en mozzarella past bij de recordkampioen die in zijn hoogtijdagen ook wel de kannibaal of de veelvraat werd genoemd, kan nooit al te veel van zijn Formule 1-successen weten…

De straat van ons hotel heeft trouwens ook een opvallend Duitse naam, los van het hier gebruikelijke ‘rue’: Heinrich Hertz, naar de natuurkundige waar de hertzfrequentie naar is genoemd. Dat komt dan omdat we blijkbaar in de ‘wetenschappersbuurt’ zitten qua straatname. Waar de meer dan tien kilometer verderop gelegen ‘Avenida Interlagos’ door de favelas heen naar leidt, laat zich daarentegen makkelijk raden. Op de bordjes naar links of rechts – afhankelijk van welke kant je komt – staat hier ook gewoon nog ‘Autódromo Interlagos’, alvorens je pas binnen met een standbeeld ter ere van een andere beroemde Braziliaanse coureur wordt duidelijk gemaakt dat het toch écht voluit het Autódromo José Carlos Pace is. Nog niet makkelijk, dingen een naam geven.

Het dagboek van donderdag lees je onder de foto.

Foto: Sutton Images.

Een persconferentie in recordtijd.

Nou, daar zaten ze dan met z’n vijven. De Formule 1 had duidelijk z’n grootste kanonnen opgetrommeld voor de persconferentie op donderdag in São Paulo, om heel Brazilië lekker warm te laten lopen voor de Grand Prix. No disrespect voor Kevin Magnussen, Stoffel Vandoorne, Marcus Ericsson, Lance Stroll en Brendon Hartley, maar met de nummer negen én de nummers zestien t/m negentien in het WK zat er nou niet het meest illustere rijtje dat de FIA en organisatie had kunnen optrommelen.

Ik begrijp best dat je Lewis Hamilton en Sebastian Vettel er niet weer neerzet na een titelstrijd waarover alles inmiddels is gezegd en geschreven. Hetzelfde geldt voor Max Verstappen, de winnaar uit Mexico die daar wél op donderdag moest aanschuiven. Maar zouden hun teamgenoten nou echt niks te zeggen hebben? Over de strijd om de derde plek in de stand? Over hoe er voor hun nog wel iets op het spel staat? Over hoe voor Daniel Ricciardo – altijd goed voor de sfeer – een ronduit anticlimactisch eind aan zijn Red Bull-periode lijkt te komen na een handvol mooie jaren?

Wie een sport wil verkopen, begint met de sterren. De grootste daarvan was donderdag een coureur wiens bekendste one-liner weliswaar een geniaal ‘suck my balls, honey‘ is, maar die verder nou niet bekend staat om zijn showmanship buiten de auto. Voor twee van de vijf is hun lot trouwens al beslecht: Vandoorne en Ericsson zijn er volgend jaar niet meer bij. Voor een derde, Hartley, wordt binnenkort zeer waarschijnlijk bekend dat voor hem hetzelfde geldt.

Foto: Sutton Images.

In die zin was het voor dit trio, zoals Jan Lammers tegenover FORMULE 1 suggereerde, een uitgelezen kans nog één keer ‘hun eigen verhaal’ te vertellen op het grootste podium, nu dat nog kan. Maar daar kwam het niet van. Het bleef bij een ‘niks nieuws te melden’ van Hartley over zijn toekomst. Stoffel noemde de Formule E, waar hij dit najaar in debuteert, voor de zoveelste keer ‘een mooie nieuwe uitdaging’. Ericsson vatte zijn (wellicht definitief voormalige) Formule 1-carrière haast en passant perfect samen: “Ik heb veel plezier gehad maar reed vaak achteraan rond.” Ook van Magnussen en Stroll niks bijzonders.

Ach, de persconferentie was in elk geval alsnog een laatste goede mogelijkheid voor de fotografen om portretjes te schieten van Vandoorne, Ericsson en Hartley. Kunnen we die mooi gebruiken als het volgend jaar over hun mogelijke comebacks gaat.

Na een krappe twintig minuten was het ‘feestje’ ook voorbij. Volgens mij een record. Er werd slechts één vraag ‘van de vloer gesteld’, los van de vragen die vanuit de FIA kwamen, door een journalist van de New York Times. De lokale pers had er dus ook niks aan. Dat was de afgelopen jaren met Felipe Massa wel anders. Die wordt natuurlijk ook dit hele weekend in Brazilië node gemist als lokale held. Obviously. For sure.